Australia-Holland 2 - Hendosweb-NL

Ga naar de inhoud
Terug naar Holland
dan maar weer…..



Cogedar Line MS Aurelia

Na vier jaren in Australië vond Pa Henderson dat het weer tijd werd om naar Holland terug te keren.

Hij kon in Australië gewoon niet wennen en had enorm heimwee naar zijn familie en de Hollandse kroegen. Ook moest hij steeds verder van huis werken en raakte hij de band met zijn gezin kwijt..

Onze vader had ook enorm probleem met de Engelse taal. Hij kon het gewoon maar niet leren. Aanpassen was ook moeilijk voornamelijk omdat hij altijd Hollanders op zijn werk aannam en zo leer je dan geen nieuwe taal.

Ons huis in St Mary’s werd verkocht en huurden we tijdelijk een huisje in Kingswood tot het tijd werd op de boot te stappen.
Een paar nachtjes bij Tante Toos overblijven en dan naar de haven toe. Alle meubilair in een grote kist.

Dit keer waren we geen emigranten (door de overheid betaald) maar betalende passagiers.

Onze ouders hadden de terugreis besproken met de Cogedar Line in Sydney, waarop we met het Motorschip Aurelia via het Suez Kanaal naar Rotterdam zouden vaaren.

Gebouwd in 1939 voor vrachtverkeer tussen Hamburg en Genoa. Cogedar Line kocht het schip in 1954 en werd het schip herbouwd tot een passagiers schip.

Wij gingen aan boord in augustus 1963. De vaart zou vijf weken duren. Onderweg met stops in Melbourne, Adelaide, Fremantle, Aden, Suez, Port Said, Napels en Southampton, voor we in Rotterdam zouden aankomen.



Onze moeder sliep in een vier persoons hut met de 3 kinderen. Pa sliep met drie mannen in een ander vier persoons hut.



Het eerste wat we hoorde toen we aan boord kwamen was het liedje “Telstar” van de Shadows, die op de jukebox op het Lido deck heel luid speelde. Ik geloof dat iedereen die deze reis heeft meegamaakt dit plaatje altijd zal blijven herrineren. Zelfs mijn broertje Dick, toen nog maar 9 jaar oud, heeft het er nog steeds over.

Ik was bijna 13 toen we vertrokken en was eigenlijk een beetje te oud voor de kinderspelletjes en nog te jong om met de wat oudere tieners rond te hangen. Het werd dus een vrij eenzame reis maar vol met avonturen.

Onze eerste stop was Melbourne, vervolgens Adelaide en eindelijk Fremantle voor we de Indische Ocean opvoeren en afscheid namen van Australië . Het enige dat ik me van die plaatjes kan herinneren is dat we in Adelaide en Fremantle even van boord mochten. Met de trein vanuit de haven van Adelaide naar de stad herinner ik me nog.

We hadden een lange reis voor de boeg, vooral de overtocht over de Indische Oceaan. Het werd met de dag warmer en het water was zo kalm dat het meer op een meer leek dan op een grote oceaan. Je kon geen golven zien, alles was spiegelglad. Het was een prachtig gezicht. Het schip sneed zich een weg als een mes door een boterstaaf.

Mijn ouders hadden intussen aan boord kennis gemaakt met een ander Hollands echtpaar en mijn broertjes speelde vaak met hun kinderen.

Het leven aan boord was ook veel luxer dan toen we met de Sibajak naar Australië heen gingen.

Op dit gedeelte van de reis begonnen veel moeders te klagen over het half bedorven fruit dat de kinderen te eten kregen. Er zaten bijna geen vitamines meer in. Er ontstond bijna een muiterij aan boord van verontruste ouders. De kapitein beloofte bij de eerst komende stop dit zo snel mogelijk op te lossen.



Tijdens het passeren van de evenaar moesten we allemaal aan Neptunus bewijzen dat wij het waard zijn om zijn rijk te mogen doorkruisen. Dit werd beloond met een diploma van Neptunus, maar wel in het Italiaans.

Het was een lange tocht voor we in Aden zouden aankomen dus hield ik mij bezig in de bibliotheek aan boord. Er was eigenlijk niet veel te lezen maar er waren wel een paar Engelse avontuur boeken, waar ik wel veel van hield.

Het zwembad aan boord was klein maar wel lekker om even af te koelen in de tropische hitte. Er was een glijbaan en er werd veel met een bal gespeeld.

      



Door het kennismaken met personeelsleden aan boord mocht ik met een van hun mee de machine kamer in. Nou zeg, wat was dat een machtig gezicht, al die grote machines en motoren die rond draaiden. Het geluid was oorverdovend,  wat een lawaai.

Ik mocht ook een keer naar de commandobrug om te zien hoe het schip werd bestuurd. De kapitein was er toen ook bij en ik mocht vrij rond lopen. Er waren zoveel knopjes en navigatiemeters dat ik mijzelf afvroeg waar ze voor dienden en hoe iemand dit begreep.

Verder had ik toch vrijwel weinig dingen te doen.


Hans met een van de personeelsleden



Zat ook vaak in de bioscoop, die iedere zondag tot kerkzaal werd omgebouwd. Het was een Italiaans schip met veel katholieken aan boord dus er werd ook trouw de mis gehouden.

Het Lido deck en de bar waren ook favoriete plekken om tijd te verdrijven.

Eindelijk kwamen we in Aden aan. De haven was te klein om een groot schip binnen te laten, dus werden we met veerbootjes aan land gezet.

Yemen was nog maar een paar jaren daarvoor bevrijd van de Engelsen en er heerste een enorme armoede. De stad bestond voornamelijk uit juwelierswinkels. Het goud van een laag karaat.

In de straten zag je enkel maar kinderen bedelen. Ze hadden geen arm meer, of waren een been kwijt. De Engelsen kregen hier de schuld van, maar later kregen we te horen dat hun ouders dat hadden gedaan opdat de kinderen dan beter konden bedelen. De waarheid ligt in het midden.

Al met al was het een erg trieste bedoeling en waren we blij dat we naar het schip konden terugkeren.



        






Van Aden gingen we naar Suez. Toen wij daar aankwamen kregen we bezoek van kleine bootjes, vol met handel en vooral souvenirs.

 
De handel verliep d.m.v. mandjes aan touwtjes. Veel onderhandelen over de prijs, dan deel van het geld naar beneden en dan de handel omhoog. Onze ouders kochten een Sfinx-beeldje van koper op onyx die jarenlang op de schoorsteen pronkte als bewijsstuk dat zij in Egypte waren geweest.

 
Passagiers voor ons konden hier van boord om de piramiden te bezoeken en via Port Said weer op te stappen. Door instabliliteit van de onringende landen werd dit afgeraden. Toch gingen sommigen de uitdaging aan. Voornamelijk jongeren.

Wij waren ook een van de laatste passagiersschepen die door het Suez Kanaal voerden. Later in 1967 werd het kanaal zelfs officieel gesloten door de Egyptische regering.

 
De vaart door het kanaal was niet zo indrukwekkend als die door het Panama kanaal. Veel zeilbootjes, loslopende kamelen, en verder saai. We bleven zoeken naar de piramiden.

 
We kwamen ‘s-avonds in Port Said aan en moesten aldaar op aanraden van de autoriteiten aan boord blijven. Onze passagiers vanuit Suez keerden gelukkig weer veilig aan boord. We hadden natuurlijk veel gemist.

 
Via de Middenlandse Zee was Napels (Italie) onze volgende stop. Het was nog heerlijk warm, van 42 naar 35 en ook hier een kalme zee. We kwamen in de ochtend aan en gingen een dagje aan land. Er was een markt, ook hier weer vol met souvenirs. Mijn broertje Dick was jarig en dat moest gevierd worden. Ma nog op zoek naar een Italiaanse accordion. Hij herinnert zich nog hoe mijn vader kwaad werd over de prijs van de ijsjes voor de kinderen. Afzetters.

We konden de Vesuvius in de verte zien, verder kan ik mij niet veel meer herinneren.

Vervolgens vertrokken we vanuit Napels richting Southhampton in Engeland.

Binnen een dag of zo passeerde we Gibraltar en gingen de Atlantische Oceaan op. Het weer werd een stuk kouder en de wind begon te gieren.

Tegen de tijd dat we de Golf van Biskaije bereikten was het windkracht 8 of 9 en kwamen we pal in een orkaan terecht. Het schip ging enorm tekeer, op en neer en zwaaide van de ene naar de andere kant. Golven huizenhoog. We moesten allemaal binnen blijven want het was buiten levensgevaarlijk.

Veilig aangekomen in Southampton gingen veel Engelsen van boord. We waren het nu zat met Rotterdam in zicht.

Eindelijk bereikten we de eindbestemming, alwaar de hele familie op de kade ons stond toe te wuiven. Kijk, daar staat tante Annie, ome Toon, tante …….

En wij maar terug wuiven. Al met al een reis om de wereld gedaan.

Na enkele weken wou vader weer terug, maar toen kon onze moeder dit tegenhouden. “Maar eenmaal de wereld rond en nooit meer.”

Dit verhaal is samengesteld met enorm veel hulp van mijn jongste broer Dick, die van deze reis schijnbaar meer genoot dan ik.

Vervolgens nog wat fotos van de reis en het schip.

Onze aankomst in Napels en een foto van mezelf staande voor de boeg van het schip.
   
                               
      

     
Veel dank aan ssmatitime.com voor gegevens en fotos van de MS Sibajak.
Voor medere gegevens en andere fotos sla dan hier even aan http://ssmaritime.com/aurelia.htm
Copyright 2020 - hendosweb.com
Terug naar de inhoud